|








| |
Algemeen Profiel van een Kruisheer – Religieus op het Ogenblik van
de Solemnele Geloften
|
Toewijding aan God
De roeping om Christus te volgen in de Orde van het Heilig Kruis is
een gave van God |
1. Toewijding als gave en antwoord
 |
De religieuze professie van een Kruisheer, die haar oorsprong
vindt in het doopsel waarin God begonnen is hem tot heiligheid te
roepen, is een persoonlijke daad waardoor hij zichzelf toewijdt om,
in de kracht van de Geest, Christus te volgen in zijn totale en
vrije toewijding aan de Vader. Hij erkent dat deze professie
voortkomt uit een diepe persoonlijke relatie met God. |
 |
Hij is bewust en overtuigd dat Christus het centrum is van het
Kruisherenleven en dat dit leven profetisch is. Daarom wordt hij
getrokken naar het Kruis van Christus als bron van waarheid en leven.
Ook kent hij het Kruis als plaats van medelijden en pijn. Hij kent
zowel de leegte als de volheid van het Paasmysterie. Trouw en
volhardend zoekt hij het getransfigureerde en geschonden gelaat van
Christus. |
 |
Hij weet dat de rol van het religieuze leven erin bestaat de
heiligheid van iedere christen in de Kerk te bevorderen en te
steunen. Hij verdiept zijn gevoelige aandacht voor de impulsen van
de Geest, door gebed en andere geestelijke oefeningen. Hij
gehoorzaamt de roep van de Geest om op steeds nieuwe wijze met zijn
broeders de historische zending van de Orde te actualiseren in de
kerk en de wereld van vandaag. Op moedige wijze omhelst hij het
provocatieve en radicale karakter van het godgewijde leven.
|
2. Toewijding aan een evangelische wijze van leven
 |
In navolging van het voorbeeld van de
Heer, aanvaardt de Kruisheer een leven van de evangelische
raden als een existentiële herinnering aan de wijze waarop
Jezus leefde en handelde. Hij weet zijn leven onder geloften
en zijn leven in gemeenschap geworteld in de toewijding door
het doopsel, en ziet het als een wezenlijke weg om te
groeien tot een man van God, een man van oprechte liefde. |
|
 |
 |
Hij waardeert ten zeerste de professie van gehoorzaamheid aan God,
eigen aan de Orde van het Heilig Kruis. Deze gelofte omvat en
verlevendigt zijn totale religieuze toewijding, beleefd volgens de Regel
van Augustinus, en de Constituties van de Orde van het Heilig Kruis.
|
Gehoorzaamheid
 |
Hij neemt de tijd om dagelijks te luisteren naar de stem en de
wil van God, voor zichzelf, voor zijn gemeenschap en voor anderen. |
 |
Hij draagt bij tot gemeenschappelijke dialoog, en houdt
respectvol rekening met eigen en andermans overtuigingen, ideeën,
opmerkzaamheden en waarden. |
 |
Hij heeft een goede verhouding met zijn overste en staat open
voor zijn geestelijke leiding. Vlot en bereidwillig schikt hij zich
naar de besluiten van de gemeenschap, en richtlijnen van zijn
overste. |
 |
Hij beleeft zijn gehoorzaamheid en behoudt, als hij zich
uitspreekt, een volwassen persoonlijke vrijheid. In de communauteit
neemt hij ook een volwassen persoonlijke verantwoordelijkheid op
zich. |
 |
Hij neemt de broederlijke vermaningen van al zijn medebroeders
aan, als een teken van de zorg van zijn broeders voor hem. |
Zuiverheid
 |
Zorgdragend voor een onverdeeld hart beleeft hij zijn
celibataire zuiverheid als een positieve en blijde levenskeuze in
antwoord op Gods overvloedige liefde. |
 |
Hij kent de wezenlijke middelen om een gelukkigmakend celibatair
leven te garanderen, te weten een degelijke en diepe verhouding met
God, alsook gezonde relaties met medebroeders en met anderen. |
 |
Hij kent en aanvaardt, op een vredevolle manier, zijn seksuele
identiteit en is openhartig en oprecht wat betreft zijn volgehouden
inspanningen om een gezond seksueel leven te leiden |
Armoede
 |
Hij ziet volledig af van alle persoonlijke bezittingen, als een
essentieel teken van zijn broederlijke liefde en zijn inspanning om
gemeenschap op te bouwen. |
 |
Hij streeft ernaar niet op eigen voordeel uit te zijn, maar
plaatst het belang van de gemeenschap boven zijn eigen belang. |
 |
Hij is bezorgd voor het materiële welzijn van de gemeenschap en
leeft sober, terwijl hij ook openhartig is betreffende zijn leven. |
 |
Bereidwillig laat hij anderen delen in zijn tijd, zijn
vitaliteit, zijn spirituele gaven, en talenten. |
 |
Hij kan het verschil zien tussen wat hij nodig heeft en wat hij
graag zou willen. Graag aanvaardt hij het Augustijnse principe: dat
hij van de gemeenschap ontvangt naargelang zijn echte noden. |
 |
Hij toont een diepe bezorgdheid voor de noden van de anderen. |
 |
Hij is vrij van buitensporige gehechtheden. |
|
Onze toewijding beleven
De Kruisheren-toewijding aan God wordt gedragen en zichtbaar
gemaakt door een “spirituele architectuur” die fungeert als
basis voor persoonlijke trouw en als structuur voor gezamenlijke
deelname. |
1. Broederlijk leven
 |
De Kruisheer verheugt zich in het feitelijk samenleven met zijn
confraters, als broeders en vrienden, door wie hij zijn weg naar God
ontdekt. Hij zet zijn hele persoonlijkheid in voor het opbouwen en
dienen van deze Kruisherengemeenschap. Als iemand die duidelijk
kenbaar voor de broederschap leeft, draagt hij zorg voor het geluk
en het welzijn van zijn broeders. Hij is bekwaam tot luisteren, tot
inleven en medeleven. |
 |
Openhartig en in wederzijds vertrouwen neemt hij deel aan het
kapittel van de gemeenschap, als teken dat hij zich thuis voelt en
zorg draagt voor alles wat in het kapittel gezegd wordt. Hij bouwt
gemeenschap op door constructief spreken en handelen en schept vrede
waar conflicten zich voordoen. Met zijn confraters ervaart hij zich
als lidmaat van hetzelfde lichaam, zoals christenen ledematen zijn
van het ene Lichaam van Christus.
|
 |
 |
Hij stelt zich kwetsbaar op tegenover
zijn confraters, en laat het toe zelf gekend en bemind te
zijn zoals hij is. De bekwaamheid kwetsbaar te zijn is
gegrond in de kennis van zichzelf als mateloos bemind en in
staat grenzeloos te beminnen. |
|
 |
Hij erkent wanneer hij een medebroeder heeft gekwetst en vraagt
om vergiffenis. Hij vergeeft de medebroeder die hem heeft gekwetst
en koestert geen wrok. Hij ervaart Gods vergeving door geregelde
deelname aan het sacrament van verzoening. |
 |
De confrater blijft een liefdevolle en wederzijds ondersteunende
relatie met de familie van zijn oorsprong onderhouden. Hij heeft hen
kennis bijgebracht aangaande zijn toebehoren tot de Orde van de
Kruisheren. Samen hebben zij hun verwachtingen ten aanzien van hem
in overeenstemming gebracht met zijn nieuwe verplichting tot
gemeenschap met de Kruisheren. |
2. Liturgisch leven
 |
Als een Reguliere Kanunnik beleeft en
bidt de Kruisheer het gebed van de Kerk in het
gemeenschappelijke koorofficie dat open en toegankelijk is
voor de mensen. Door zijn volledige, welbewuste, en actieve
deelname aan de gemeenschappelijke viering van de
Eucharistie en het Getijdengebed, geregeld gevierd door de
communauteit, verlevendigt hij het gebed van de gemeenschap.
Hij viert het Paasgeheim als het hart van de
Kruisheren-spiritualiteit. Hij bouwt zo ook mee aan, draagt
bij tot en viert het leven van zijn gemeenschap als
verbondenheid in God en een uitdrukking van de eenheid van
hart en geest met zijn confraters. |
|
 |
 |
De Kruisheer beleeft een liturgische spiritualiteit. Hij
overweegt de teksten, gebaren, riten, symbolen en de liturgische
tijden, in het bijzonder het Paastriduum. De viering van de liturgie
is voor hem een bron van vreugde en welbehagen, en hij geeft er
prioriteit aan. Hij is gehecht aan het sacramentele leven en de
liturgie van de Kerk die vorm, ondersteuning en uitdrukking geven
aan zijn spirituele ontwikkeling naar het beeld van Christus. |
 |
Hij viert de liturgie van de Kerk als element van de
apostolische activiteit van de gemeenschap. Hij bevordert de
inculturatie van het liturgische gebed van de gemeenschap. Hij
besteedt tijd en geestkracht aan een goede voorbereiding van de
liturgie, als teken van zijn liefde voor de liturgie. Hij geeft
blijk van een goed liturgisch inzicht en oordeel, en draagt bij tot
de volle, welbewuste en actieve deelname van de biddende en vierende
gemeenschap. Zo cultiveert hij de liturgie van de kerk. Hij gedenkt
anderen in zijn gebed en toont zo medeleven voor hen. |
3. Apostolisch Leven
 |
 |
De Kruisheer houdt er stellig aan dat het
Kruisherencharisma een evangelische verwezenlijking van het
apostolische leven is, en biedt het als spiritueel
leiderschap aan voor de Kerk en voor de wereld. Hierin
erkent hij dat de aspecten van zijn leven in gemeenschap
gaven zijn die hij allereerst ontvangt, en die hij dan
vervolgens met anderen deelt. Hij acht het godgewijde leven
als een zichtbaar teken en als inspiratie voor de
bevordering van de heiligheid in de gehele Kerk. Hij biedt
zijn godgewijd leven als Kruisheer aan als profetische gave
voor de groei van andermans leven in Christus en oriënteert
allen op de eindtijdelijke transcendentie waar de mensheid
hongerend naar uitziet. |
|
 |
Meer concreet weet hij dat zijn streven naar heiligheid en
transcendentie ook een hulp moet zijn voor zijn medebroeders, en
voor hen die in de bredere gemeenschappen naar heiligheid en
transcendentie op zoek zijn. Zijn gebedservaring en expertise stelt
hij ten dienste van anderen met het oog op dezelfde zoektocht. De
wijsheid van zijn beschouwingen en overwegingen biedt hij aan voor
de groei van de anderen; zijn godservaringen worden gedeeld om in
anderen hetzelfde verlangen te voeden. |
 |
Hij beschouwt het broederlijke Kruisherenleven als het meest
onmiddellijke apostolaat van de Kruisherenorde en waardeert dit. Hij
deelt in de verantwoordelijkheid voor het opbouwen van het
Kruisherengemeenschapsleven en beschikt over de bekwaamheid hiertoe. |
 |
Hij dringt erop aan te zoeken naar evenwicht en integratie
tussen de verschillende elementen van het religieuze leven van de
Kruisheren. Hij neemt deel aan de gemeenschappelijke evaluatie met
zijn medebroeders betreffende het herstellen van de voorkomende
onevenwichtigheden in tijd, energie, of de overdaad aan
werkverplichtingen van de leden. |
 |
De Kruisheer laat zijn persoonlijk initiatief deel uitmaken van
de gemeenschap. Hij plaatst de wil van God, die wordt onderscheiden
in dialoog met de Orde, boven zijn persoonlijk ideaal en zijn eigen
wil. Hij aanvaardt het werk dat hem door de overste wordt toegewezen.
Hij zoekt niet zijn eigen verheerlijking. |
 |
Hij beschikt over de morele en intellectuele capaciteiten die
nodig zijn voor professionele standaards die worden gehanteerd in de
samenleving en de dienstverlening. |
4. Vorming
 |
Hij verwerft een steeds waarachtiger kennis van zichzelf, van
het dieper bewustzijn en het hart. Hij acht de innerlijke
vernieuwing van het hart een fundamenteel vormende dynamiek in het
Kruisherenleven. Hij erkent zijn schaduwkanten, zijn negatieve
levenservaringen, angsten en onbeduidendheid. Hij is zich bewust van
de inwerking ervan op zijn persoonlijkheid en zijn relaties. |
 |
In zijn zoeken naar de levende God, is hij moedig in openheid en
geeft hij zich op authentieke wijze te kennen. Door middel van de
wijsheid en het mysterie van het Kruis werkt hij aan een herlezen en
herschrijven van zijn leven, werpt licht op de schaduwkanten van
zijn persoon, laat ik-betrokken projecten varen, met de bedoeling
omgevormd nieuw te worden in Christus Jezus. Hij is actief ingelaten
met het uitzuiveren van zijn innerlijke motivaties zodat hij God
antwoord geeft vanuit het hart. Hij kent en benoemt momenten van
genade en tekenen van goedgunstigheid. Hij durft te handelen en te
spreken, ook als hij weet van zijn eigen angsten en twijfels om dit
te doen. |
 |
Op natuurlijke wijze getuigt hij van hartstocht en geestkracht
voor het religieuze leven van de Kruisheren waartoe hij geroepen is.
Zijn aanwezig zijn bij de confraters geeft hen energie, hoop en
vreugde omwille van zijn onmiskenbaar geboeid zijn en de
vreugdevolle ontdekking van wat God met hem voor heeft op de weg van
het Kruisherenleven. |
 |
Hij neemt deel in vormingsactiviteiten en houdt een persoonlijke
aandacht gericht op zelfreflectie en de evaluatie van zijn
voortgaande ontwikkeling en groei. |
 |
Accuraat omschrijft hij zijn geschiedenis, karaktertrekken,
talenten, verlangens, zorgen en ideeën. Hij beheerst en verwoordt
zijn gevoelens op een gezonde manier. De Kruisheer waardeert de
schoonheid en kunstzinnigheid van Gods scheppende werk in hem. Hij
wordt tot in zijn meest innerlijke bewogen. |
 |
De Kruisheer accepteert zijn seksualiteit en de daarmee gepaard
gaande krachten. Hij beleeft gezonde relaties met andere mensen. Hij
aanvaardt zijn seksualiteit als een gave van God, en biedt deze
welwillend aan God en aan de gemeenschap aan. Hij erkent de sterke
energie en passie van de seksualiteit en leidt deze steeds meer en
op gepaste wijze in goede banen. |
 |
Door een authentiek leven, betrokken op God, zelf, en anderen,
boeit hij andere mensen door het dynamisme van zijn doelbewuste
levenswijze en door het charisma van het religieuze leven zelf. |
 |
Hij ziet het bijdragen tot de volle ontwikkeling van wie in
initiële vorming zijn tegemoet. Hij is zich bewust van deze
dienstverlening en aansprakelijkheid en geregeld evalueert hij deze
rol en verantwoordelijkheid. |
 |
Hij heeft een kritisch, op het evangelie gebaseerd
beoordelingsvermogen ontwikkeld, betreffende de positieve en
negatieve waarden van zijn eigen cultuur. |
 |
Als een persoon met een lichaam draagt hij zorg voor zijn
gezondheid. |
 |
Hij is, tenslotte, een man van de Kruisherenconstituties. Hij
bestudeert en verwezenlijkt hun geest, en maakt zich die eigen.
Middels deze schat blijft hij zoeken naar de identiteit van de
Kruisheren en brengt hij die onder woorden. Hij kent de geschiedenis
van de Kruisheren, de tradities en het charisma van de Orde en heeft
er een aanhoudende interesse voor. Met sterk vertrouwen en op
resolute wijze legt hij van deze Kruisherenwaarden getuigenis af.
Hij groeit in trouw aan wat hij in zijn professie belooft.
|

|
|